• Informatie
Login om de extra optie te gebruiken, om sneller je artikel, die je zoekt, te lezen!
De karper is oorspronkelijk afkomstig uit Azië, ongeveer uit een gebied dat zich uitstrekt van China
tot aan de rivieren van de Zwarte Zee. Reeds meer
dan 2000 jaar wordt daar de karper gekweekt. De karpers behoren tot de zgn. jonge vissoorten, die sinds de 14e eeuw ook in grote delen van Europa als inheems kunnen worden beschouwd. Behalve in Europa,komt de karper in andere delen van de wereld ook voor en zijn verspreidingsgebied strekt zich uit
tot aan de 60e breedtegraad. Aangenomen wordt dat de verspreiding van de karper
door de Romeinen tot stand is gebracht. In een wat latere periode zouden tevens
monniken op hun reizen naar Europa, de karper van uit China hierheen hebben
gebracht. De karper, waarvan toen reeds bekend was,dat hij met betrekkelijk
weinig zorg binnen korte tijd tot een waardevolle consumptievis kon uitgroeien,
zou zijn geimporteerd om te worden gebruikt als vervanging voor vlees tijdens de
vrijdagse vasten. In de Verenigde Staten werd de karper ingevoerd in 1877 en hij
verkreeg daar een groot verspreidingsgebied. Door overbevolking van karper in
Amerika en de tengevolge daarvan ontstane slechte groei, heeft hij daar een
slechte naam gekregen en komt veel wat met de karper verband houdt, in een
kwade reuk te staan. De huidige experimenten met de zgn. Chinese of
graskarper, die overigens als soort niets te maken heeft met onze karper,
hebben er in Amerika al toe geleid dat men daar i.p.v. graskarper, aan deze vis de
benaming White Amur heeft gegeven genoemd naar het oorspronkelijke gebied
van de graskarper, de rivier de Amur, om toch vooral iedere associatie met het in
Amerika belaste woord karper bij voorbaat uit te sluiten.
• top
De benaming karper slaat op twee soorten die echter nauwelijks morfologisch verschillen en ook onderling kunnen kruisen, te weten Cyprinus carpio en
Cyprinus rubrofuscus. Cyprinus carpio vertegenwoordigd de wilde en gekweekte karpers ten westen van de Kaspische zee en Cyprinus rubrofuscus de oostelijke karpers. De Japanse Koi horen dus bij Cyprinus rubrofuscus maar ondertussen hebben al kruisingen met westelijke karpers
plaatsgevonden met name met spiegelkarpers, waardoor de zogenaamde doitsu
zijn ontstaan.
Er bestaan diverse verschijningsvormen van de karper:
• de wilde of boerenkarper
• de schubkarper
• de edel- of spiegelkarper
• de rijenkarper
• de leder- of naaktkarper
• de volschub spiegelkarper
• de goudkarper
• de Koi of Nishikigoi
Wil je meer weten over onze karpersoorten klik dan hier
De verschillen worden met name bepaald door het schubbenpatroon; de schub- en
wilde karper zijn normaal beschubd, de spiegelkarper heeft enkele abnormaal
gevormde grote schubben, de rijenkarper een rij van zulke schubben horizontaal
over de flank, de lederkarper heeft slechts enkele schubben (daar waar geen
schubben zitten voelt de huid 'leerachtig' aan) en de volschub spiegelkarper
heeft de grote schubben van een spiegelkarper en is daarmee bijna volledig bedekt.
In Nederland komt in de Zaanstreek en de kop van Noord-Holland een wilde
karpersoort, de boerenkarper voor gekenmerkt door een torpedovormig lichaam
(geen knik tussen kop en rug) een eindstandige bek en bleke vinnen. Fysiologisch
wijken wilde karpers sterk af doordat het visvlees over het hele lichaam
roodgekleurd is.
Ook komt in veel gebieden (Zeeland, Flevopolder en Haarlemmermeer veel
verwilderde karper voor met een wat meer afgeplat lijf, en rode vinnen. Deze
karpers planten zich ook al generaties lang gewoon voort en zijn verwilderde
nakomelingen van gekweekte karpers met een opmerkelijk uniform uiterlijk.
De naam schubkarper wordt gereserveerd voor gekweekte exemplaren, die veelal
nog hoger en breder gebouwd zijn. Gekweekte karpers hebben voor 80% wit vlees.
Indertijd zijn door de OVB ook veel schubkarpers uitgezet met 25% wild bloed.
Op het ogenblik komen de uitgezette karpers uit allerlei oostbloklanden, zodat
de herkomst niet meer duidelijk is. Er bestaan allerlei gekweekte karperrassen
met elk hun eigen typische lichaamsvoorm (Galicische karpers, Boheemse
karpers et cetera).
• top
De kroeskarper (Carassius carassius) heeft geen baarddraden een wat hoog en gedrongen postuur en wordt in het algemeen niet zo heel groot. Deze soort is gemakkelijk te verwarren met de giebel (Carassius gibelio). Ook verwilderde goudvissen komen voor (Carassius auratus). Zeer grote 'kroeskarpers' zijn vaak kruisingen van karper met kroeskarper, herkenbaar aan de zeer kleine baarddraden.
De meest bekende 'chinese karpers' zijn de graskarper (Ctenopharyngodon idella),
de grootkopkarper (Aristichthys nobilis) en de zilverkarper (Hypopthalmichthys
mollitrix). De graskarper heeft een torpedovormig lichaam en sterke voor in de bek
geplaatste lippen.Ze zijn ook eerder verwant met kopvoorns dan met de gewone
karper. De graskarper voedt zich voor een groot gedeelte met plantaardig
materiaal. De grootkopkarper heeft een grote kop met heel laag geplaatste ogen.
De zilverkarper lijkt veel op de grootkopkarper en voedt zich met plankton, dat hij
met de kieuwzeef kan uitfilteren.
De Chinese karpersoorten zullen zich hier niet snel voortplanten omdat ze voor
hun voortplanting stromend water van meer dan 25 °C nodig hebben.
• top
De karper is net als de brasem een vis die de bodem omwoelt, dit noemt men azen. Vooral in de vroege ochtend direct na zonsopgang kan men dit waarnemen. De vis staat dan vaak rechtop in het water en door het gewoel in de bodem ziet men afhankelijk van de soort bodem trossen kleine dan
wel grotere belletjes opstijgen naar de oppervlakte. In ondiep water kan men soms aan de staartvin zien om wat voor vis het gaat. De karper doet dit als hij op
zoek is naar eten, voornamelijk planten en waterinsecten. De karper is geen
roofvis. In tegenstelling tot de brasem aast karper ook in de ondiepe sterk
begroeide gedeeltes van het water en dicht tegen de oever.
Door deze manier van azen worden met name fosfaten in de bodem weer
teruggevoerd naar de waterkolom. Bij een voedselrijke bodem en een flinke
populatie karper leidt dit tot een voorspoedige groei van de zwevende algen
(phytoplankton). Samen met de omgewoelde bodempartikels leidt dit tot het
troebel worden van het water en een afname van de onderwaterflora.
• top
Er bestaat een sterke consensus over het oorspronkelijke leefgebied van de karper. Dat is het gebied van de rond de Zwarte Zee, de Kaspische Zee en het Aral Meer. Vooral in de delta's van Donau, Illi en de Oeral komt de karper veel voor. Vandaar heeft de karper zich al dan niet met behulp van de mens verspreid van de delta van de Rijn tot aan de Amoer in Noord China en zijn een oostelijke en een westelijke ondersoort ontstaan. Recent genetisch onderzoek
heeft aangetoond dat de boerenkarper een wilde karpersoort is die gerekend kan
worden tot de wilde Europese karper.
De oudste archeologische resten van de karpers dateren waarschijnlijk uit de
twaalfde eeuw.[3] Bij Houten zijn resten van karper gevonden uit materiaal dat op
grond van aardewerkdatering uit de elfde of twaalfde eeuw stamt. De eerste
historische gegevens zijn wat later; uit 1342.
Er is geen zekerheid over de manier waarop wilde karpers het Rijnstroomgebied
hebben weten te bereiken. Oorspronkelijk werd gedacht dat de karpers door de
Romeinen en later de kloosterlingen ingevoerd zijn. Gezien de lange periode
tussen het begin van de romeinse visteelt en de eerste vondsten van karper in de
twaalfde eeuw zou het voor de hand liggen dat de boerenkarpers dan sterke
gelijkenis zouden vertonen met de kweekkarpers die we nu kennen en niet met
wilde karper. Genetische en morfologische eigenschappen weerspreken dat. Het
meest waarschijnlijk is dat wilde karper uit de Donau via onbekende weg ergens
in de Middeleeuwen het Rijnstroomgebied heeft weten te bereiken en zich via de
rivier verder heeft verspreid.
Een alternatief is dat de karper al sinds prehistorische tijd als relictpopulatie
aanwezig was, maar dat zou dan ondersteund moeten worden met archeologisch
materiaal. Gezien de goede conservering van visresten in het Westen van
Nederland en het aantal opgravingen dat al is gedaan ligt dat zeker niet voor de
hand. Prehistorische aanwezigheid van de meerval, brasem, aal en steur is wel
aangetoond.
De wilde karpers kwamen tot het begin van de twintigste eeuw veel in de rivieren
en het IJsselmeer voor, maar door de massale uitzettingen van gekweekte karpers
in de twintigste eeuw trad al snel vermenging met gekweekte karpers op.
Tegenwoordig wordt op de grote rivieren geen wildtype karper meer gevangen.
Wilde karpers staan op de Europese lijst van bedreigde diersoorten. Het is dus
belangrijk dat er duidelijkheid ontstaat over de status en de verspreiding van de
Nederlandse wilde karper. Ook in Nederland wordt de boerenkarper waarschijnlijk
bedreigd door vermenging met grote hoeveelheden uitgezette karpers.
• top
Tegenwoordig wordt de karper regelmatig uitgezet
ten behoeve van de sportvisserij. Uitzetten blijkt
veelal noodzakelijk omdat de omstandigheden (temperatuur, roofvissen, beroepsvisserij) van het Nederlandse water niet optimaal zijn voor voortplanting. Karpervissen is sinds begin jaren negentig erg populair geworden vanwege de kracht en omvang (gewicht) van de dieren. Ook de in Engeland ontwikkelde selectieve wijze van vissen met boilies,
het 'bolt rig' systeem (zelfhaaksysteem) met elektronische beetverklikker heeft
zeker tot de populariteit bijgedragen. Karpers komen nu bijna wereldwijd voor. In
Noord-Amerika en Australië wordt de soort als een plaag gezien en bestreden.
Ook in Zuid-Afrika komt de karper voor.
• top
Meestal wordt de term Koi gebruikt voor de
gekweekte felgekleurde variant die als siervis in
vijvers wordt gehouden. Deze vissen worden, afhankelijk van de kleur en de tekening, soms voor grote bedragen verkocht. Met name in Japan is het houden en kweken van Koi als populaire bezigheid ontstaan. Ondertussen zijn er Europese en Israëlische varianten die respectievelijk EuroKoi en Israëlische Koi worden genoemd. Enkel in Japan zelf
betekent het Japanse woord Koi (karper) de 'consumptievis-karper', terwijl
Nishikigoi verwijst naar de sierkarper.
• top
De grootste karper ter wereld tot nu toe, gevangen in frankrijk weegt 40,95kg en is gevangen op 'The Graviers' in Dijon. Een vis van meer dan 35 kilo is extreem zeldzaam, wereldwijd zijn slechts enkele exemplaren van boven de 35 kg bekend in Nederland. Het Nederlands record is een uitzonderlijk grote karper bij Nieuwkoop, die diverse malen is gevangen en tot ruim boven de dertig kilo is uitgegroeid.
• top
Je bent in » Informatie » Karperhistorie
Login om de extra optie te gebruiken, om sneller je artikel, die je zoekt, te lezen!
De Latijnse naam voor karper = Cyprinus Caprio ::
De karper is oorspronkelijk afkomstig uit Azië, ongeveer uit een gebied dat zich uitstrekt van Chinatot aan de rivieren van de Zwarte Zee. Reeds meer
dan 2000 jaar wordt daar de karper gekweekt. De karpers behoren tot de zgn. jonge vissoorten, die sinds de 14e eeuw ook in grote delen van Europa als inheems kunnen worden beschouwd. Behalve in Europa,komt de karper in andere delen van de wereld ook voor en zijn verspreidingsgebied strekt zich uit
tot aan de 60e breedtegraad. Aangenomen wordt dat de verspreiding van de karper
door de Romeinen tot stand is gebracht. In een wat latere periode zouden tevens
monniken op hun reizen naar Europa, de karper van uit China hierheen hebben
gebracht. De karper, waarvan toen reeds bekend was,dat hij met betrekkelijk
weinig zorg binnen korte tijd tot een waardevolle consumptievis kon uitgroeien,
zou zijn geimporteerd om te worden gebruikt als vervanging voor vlees tijdens de
vrijdagse vasten. In de Verenigde Staten werd de karper ingevoerd in 1877 en hij
verkreeg daar een groot verspreidingsgebied. Door overbevolking van karper in
Amerika en de tengevolge daarvan ontstane slechte groei, heeft hij daar een
slechte naam gekregen en komt veel wat met de karper verband houdt, in een
kwade reuk te staan. De huidige experimenten met de zgn. Chinese of
graskarper, die overigens als soort niets te maken heeft met onze karper,
hebben er in Amerika al toe geleid dat men daar i.p.v. graskarper, aan deze vis de
benaming White Amur heeft gegeven genoemd naar het oorspronkelijke gebied
van de graskarper, de rivier de Amur, om toch vooral iedere associatie met het in
Amerika belaste woord karper bij voorbaat uit te sluiten.
• top
Onderverdeling ::
De benaming karper slaat op twee soorten die echter nauwelijks morfologisch verschillen en ook onderling kunnen kruisen, te weten Cyprinus carpio enCyprinus rubrofuscus. Cyprinus carpio vertegenwoordigd de wilde en gekweekte karpers ten westen van de Kaspische zee en Cyprinus rubrofuscus de oostelijke karpers. De Japanse Koi horen dus bij Cyprinus rubrofuscus maar ondertussen hebben al kruisingen met westelijke karpers
plaatsgevonden met name met spiegelkarpers, waardoor de zogenaamde doitsu
zijn ontstaan.
Er bestaan diverse verschijningsvormen van de karper:
• de wilde of boerenkarper
• de schubkarper
• de edel- of spiegelkarper
• de rijenkarper
• de leder- of naaktkarper
• de volschub spiegelkarper
• de goudkarper
• de Koi of Nishikigoi
Wil je meer weten over onze karpersoorten klik dan hier
De verschillen worden met name bepaald door het schubbenpatroon; de schub- en
wilde karper zijn normaal beschubd, de spiegelkarper heeft enkele abnormaal
gevormde grote schubben, de rijenkarper een rij van zulke schubben horizontaal
over de flank, de lederkarper heeft slechts enkele schubben (daar waar geen
schubben zitten voelt de huid 'leerachtig' aan) en de volschub spiegelkarper
heeft de grote schubben van een spiegelkarper en is daarmee bijna volledig bedekt.
In Nederland komt in de Zaanstreek en de kop van Noord-Holland een wilde
karpersoort, de boerenkarper voor gekenmerkt door een torpedovormig lichaam
(geen knik tussen kop en rug) een eindstandige bek en bleke vinnen. Fysiologisch
wijken wilde karpers sterk af doordat het visvlees over het hele lichaam
roodgekleurd is.
Ook komt in veel gebieden (Zeeland, Flevopolder en Haarlemmermeer veel
verwilderde karper voor met een wat meer afgeplat lijf, en rode vinnen. Deze
karpers planten zich ook al generaties lang gewoon voort en zijn verwilderde
nakomelingen van gekweekte karpers met een opmerkelijk uniform uiterlijk.
De naam schubkarper wordt gereserveerd voor gekweekte exemplaren, die veelal
nog hoger en breder gebouwd zijn. Gekweekte karpers hebben voor 80% wit vlees.
Indertijd zijn door de OVB ook veel schubkarpers uitgezet met 25% wild bloed.
Op het ogenblik komen de uitgezette karpers uit allerlei oostbloklanden, zodat
de herkomst niet meer duidelijk is. Er bestaan allerlei gekweekte karperrassen
met elk hun eigen typische lichaamsvoorm (Galicische karpers, Boheemse
karpers et cetera).
• top
Verwante soorten ::
De kroeskarper (Carassius carassius) heeft geen baarddraden een wat hoog en gedrongen postuur en wordt in het algemeen niet zo heel groot. Deze soort is gemakkelijk te verwarren met de giebel (Carassius gibelio). Ook verwilderde goudvissen komen voor (Carassius auratus). Zeer grote 'kroeskarpers' zijn vaak kruisingen van karper met kroeskarper, herkenbaar aan de zeer kleine baarddraden.De meest bekende 'chinese karpers' zijn de graskarper (Ctenopharyngodon idella),
de grootkopkarper (Aristichthys nobilis) en de zilverkarper (Hypopthalmichthys
mollitrix). De graskarper heeft een torpedovormig lichaam en sterke voor in de bek
geplaatste lippen.Ze zijn ook eerder verwant met kopvoorns dan met de gewone
karper. De graskarper voedt zich voor een groot gedeelte met plantaardig
materiaal. De grootkopkarper heeft een grote kop met heel laag geplaatste ogen.
De zilverkarper lijkt veel op de grootkopkarper en voedt zich met plankton, dat hij
met de kieuwzeef kan uitfilteren.
De Chinese karpersoorten zullen zich hier niet snel voortplanten omdat ze voor
hun voortplanting stromend water van meer dan 25 °C nodig hebben.
• top
Ecologische waarde ::
De karper is net als de brasem een vis die de bodem omwoelt, dit noemt men azen. Vooral in de vroege ochtend direct na zonsopgang kan men dit waarnemen. De vis staat dan vaak rechtop in het water en door het gewoel in de bodem ziet men afhankelijk van de soort bodem trossen kleine danwel grotere belletjes opstijgen naar de oppervlakte. In ondiep water kan men soms aan de staartvin zien om wat voor vis het gaat. De karper doet dit als hij op
zoek is naar eten, voornamelijk planten en waterinsecten. De karper is geen
roofvis. In tegenstelling tot de brasem aast karper ook in de ondiepe sterk
begroeide gedeeltes van het water en dicht tegen de oever.
Door deze manier van azen worden met name fosfaten in de bodem weer
teruggevoerd naar de waterkolom. Bij een voedselrijke bodem en een flinke
populatie karper leidt dit tot een voorspoedige groei van de zwevende algen
(phytoplankton). Samen met de omgewoelde bodempartikels leidt dit tot het
troebel worden van het water en een afname van de onderwaterflora.
• top
Oorsprong van de karper ::
Er bestaat een sterke consensus over het oorspronkelijke leefgebied van de karper. Dat is het gebied van de rond de Zwarte Zee, de Kaspische Zee en het Aral Meer. Vooral in de delta's van Donau, Illi en de Oeral komt de karper veel voor. Vandaar heeft de karper zich al dan niet met behulp van de mens verspreid van de delta van de Rijn tot aan de Amoer in Noord China en zijn een oostelijke en een westelijke ondersoort ontstaan. Recent genetisch onderzoekheeft aangetoond dat de boerenkarper een wilde karpersoort is die gerekend kan
worden tot de wilde Europese karper.
De oudste archeologische resten van de karpers dateren waarschijnlijk uit de
twaalfde eeuw.[3] Bij Houten zijn resten van karper gevonden uit materiaal dat op
grond van aardewerkdatering uit de elfde of twaalfde eeuw stamt. De eerste
historische gegevens zijn wat later; uit 1342.
Er is geen zekerheid over de manier waarop wilde karpers het Rijnstroomgebied
hebben weten te bereiken. Oorspronkelijk werd gedacht dat de karpers door de
Romeinen en later de kloosterlingen ingevoerd zijn. Gezien de lange periode
tussen het begin van de romeinse visteelt en de eerste vondsten van karper in de
twaalfde eeuw zou het voor de hand liggen dat de boerenkarpers dan sterke
gelijkenis zouden vertonen met de kweekkarpers die we nu kennen en niet met
wilde karper. Genetische en morfologische eigenschappen weerspreken dat. Het
meest waarschijnlijk is dat wilde karper uit de Donau via onbekende weg ergens
in de Middeleeuwen het Rijnstroomgebied heeft weten te bereiken en zich via de
rivier verder heeft verspreid.
Een alternatief is dat de karper al sinds prehistorische tijd als relictpopulatie
aanwezig was, maar dat zou dan ondersteund moeten worden met archeologisch
materiaal. Gezien de goede conservering van visresten in het Westen van
Nederland en het aantal opgravingen dat al is gedaan ligt dat zeker niet voor de
hand. Prehistorische aanwezigheid van de meerval, brasem, aal en steur is wel
aangetoond.
De wilde karpers kwamen tot het begin van de twintigste eeuw veel in de rivieren
en het IJsselmeer voor, maar door de massale uitzettingen van gekweekte karpers
in de twintigste eeuw trad al snel vermenging met gekweekte karpers op.
Tegenwoordig wordt op de grote rivieren geen wildtype karper meer gevangen.
Wilde karpers staan op de Europese lijst van bedreigde diersoorten. Het is dus
belangrijk dat er duidelijkheid ontstaat over de status en de verspreiding van de
Nederlandse wilde karper. Ook in Nederland wordt de boerenkarper waarschijnlijk
bedreigd door vermenging met grote hoeveelheden uitgezette karpers.
• top
Sportvisserij en uitzettingen ::
Tegenwoordig wordt de karper regelmatig uitgezetten behoeve van de sportvisserij. Uitzetten blijkt
veelal noodzakelijk omdat de omstandigheden (temperatuur, roofvissen, beroepsvisserij) van het Nederlandse water niet optimaal zijn voor voortplanting. Karpervissen is sinds begin jaren negentig erg populair geworden vanwege de kracht en omvang (gewicht) van de dieren. Ook de in Engeland ontwikkelde selectieve wijze van vissen met boilies,
het 'bolt rig' systeem (zelfhaaksysteem) met elektronische beetverklikker heeft
zeker tot de populariteit bijgedragen. Karpers komen nu bijna wereldwijd voor. In
Noord-Amerika en Australië wordt de soort als een plaag gezien en bestreden.
Ook in Zuid-Afrika komt de karper voor.
• top
De karper als siervis ::
Meestal wordt de term Koi gebruikt voor degekweekte felgekleurde variant die als siervis in
vijvers wordt gehouden. Deze vissen worden, afhankelijk van de kleur en de tekening, soms voor grote bedragen verkocht. Met name in Japan is het houden en kweken van Koi als populaire bezigheid ontstaan. Ondertussen zijn er Europese en Israëlische varianten die respectievelijk EuroKoi en Israëlische Koi worden genoemd. Enkel in Japan zelf
betekent het Japanse woord Koi (karper) de 'consumptievis-karper', terwijl
Nishikigoi verwijst naar de sierkarper.
• top
Wereldrecord ::
De grootste karper ter wereld tot nu toe, gevangen in frankrijk weegt 40,95kg en is gevangen op 'The Graviers' in Dijon. Een vis van meer dan 35 kilo is extreem zeldzaam, wereldwijd zijn slechts enkele exemplaren van boven de 35 kg bekend in Nederland. Het Nederlands record is een uitzonderlijk grote karper bij Nieuwkoop, die diverse malen is gevangen en tot ruim boven de dertig kilo is uitgegroeid.• top
Cipro T.O. Flavours!
Martin SB boilies!








